29 april 2026

De bureaucratie van bots: Waarom we de controleur controleren

Het inzetten van een AI om het werk van een andere AI te controleren levert betere resultaten op. Maar we bouwen onbewust de trage, complexe bedrijfsbureaucratie na die we juist probeerden te vermijden.

We kennen inmiddels allemaal de zwakke plekken van Large Language Models. Ze hallucineren, ze vergeten de context halverwege een lange prompt, en ze zijn dodelijk overtuigd van hun eigen foute antwoorden.

De oplossing van de industrie? Agentic workflows.

In plaats van één model te vragen om een antwoord te genereren, zetten we een hele afdeling van AI-agents op. Agent A schrijft de code. Agent B voert een review uit. Agent C test het resultaat en stuurt feedback terug naar Agent A.

En de eerlijkheid gebiedt te zeggen: het werkt fantastisch. De kwaliteit van de output schiet omhoog als modellen de kans krijgen om hun eigen fouten te corrigeren voordat de mens het ziet.

Maar wat zijn we hier nu eigenlijk aan het bouwen?

De heruitvinding van red tape

Zonder dat we het doorhadden, hebben we de klassieke, logge bedrijfsbureaucratie nagebouwd, maar dan in onze codebases. Waar we vroeger ageerden tegen de overdaad aan managers en commissies die elke beslissing moesten goedkeuren, draaien we nu juichend exact datzelfde proces—uitgevoerd door bots.

We hebben de intuïtie van de vakman vervangen door de processen van een afdeling kwaliteitscontrole. En net als bij echte bureaucratie, komt deze gelaagdheid met een stevig prijskaartje.

De verborgen factuur

De kosten van een agentic workflow zitten hem niet alleen in het API-tegoed dat verdampt (hoewel de token burn van een itererende agent-loop astronomisch kan zijn). De echte kosten zitten in wachttijd en complexiteit.

1. Latency is de nieuwe vijand Een simpele API-call naar een LLM duurt twee seconden. Een netwerk van agents dat met elkaar in conclaaf gaat, doet er gerust 45 seconden of een minuut over. Als ontwikkelaar zit je niet meer in de flow, je zit te wachten op een virtuele vergadering. Je hebt de snelheid van een script ingeruild voor de snelheid van een board meeting.

2. Infrastructuur voor zelftwijfel Je simpele, rechttoe-rechtaan functie is nu een complexe state machine geworden. Je bouwt orchestratielagen, geheugenbeheer, error-handling en timeout-mechanismes, puur en alleen om de zelftwijfel van een algoritme te faciliteren.

De oneindige loop van controle

Dan is er nog een fundamenteler probleem. Als we een bot nodig hebben om de eerste bot te controleren, omdat we die eerste niet vertrouwen... wie controleert dan de controleur?

Als Agent B een foutieve aanname doet tijdens de review, wie tikt Agent B dan op de vingers? Hebben we een Agent D nodig als een soort virtuele Raad van Toezicht? En voor je het weet, ontstaat er een echoput waarin de AI z'n eigen fouten aan het bevestigen is via proxies.

Geen managers in de kritieke paden

Betekent dit dat agentic code nutteloos is? Zeker niet. Voor asynchrone processen waar tijd geen rol speelt—zoals het vertalen van grote documenten, het doorzoeken van documentatie of het doen van data-analyse in de achtergrond—is de hogere kwaliteit van agents absoluut de moeite waard.

Maar zodra je real-time applicaties bouwt, of processen ontwerpt die direct in het kritieke pad van de gebruiker of ontwikkelaar zitten, is het tijd om te stoppen met het bouwen van virtuele afdelingen.

Houd het simpel. Eén snelle prompt, en laat een mens de uiteindelijke controleur zijn. De intuïtie van een engineer is nog altijd sneller, goedkoper en effectiever dan een bureaucratie van bots.

// serie: De AI-Skepticus(7 van 7)